Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland

Handboek Internationaal Jeugdrecht; een toelichting voor rechtspraktijk en jeugdbeleid op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en andere internationale regelgeving over de rechtspositie van minderjarigen

Auteurs: Blaak, Kaandorp, Meuwese

Jongbloed prijs: € 65,00
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 692 bladzijden | Nederlands
Ars Aequi Libri | 1e editie | Verschenen in 2005
ISBN-13: 9789069165004 | ISBN-10: 9069165007



Samenvatting

Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) kan op een bijna natuurlijke sympathie rekenen. Rechten van kinderen zijn een goede zaak en wie zou er niet voor zijn? Deze natuurlijke sympathie wordt ook weerspiegeld in de ratificatie van dit IVRK door 192 van de 194 Staten in deze wereld. Sympathie is belangrijk en kan leiden tot de beoogde veranderingen, maar sympathie en veel begrip voor rechten van kinderen is niet genoeg. Het Verdrag moet worden toegepast in de politiek, in het beleid, in de rechtspraak en in dagelijkse praktijk thuis, op school en in tehuizen. Die toepassing blijkt niet zelden lastiger dan gedacht, bijvoorbeeld omdat er spanningen kunnen bestaan tussen de rechten van ouders en die van hun kind of tussen de doelstellingen van het vreemdelingenbeleid en de rechten van een buitenlands kind. Goede toepassing vereist goede kennis van en een goed inzicht in de inhoud en de betekenis van de vele artikelen van het IVRK. Te vaak moet worden geconstateerd dat uitspraken over het IVRK worden gedaan zonder die kennis en dat inzicht. Dit handboek biedt daarbij uitkomst omdat het de middelen verschaft die nodig zijn voor een goede toepassing van het IVRK: een gedegen en grondige uiteenzetting van de inhoud en de betekenis van de belangrijkste artikelen van het Verdrag en van andere relevante internationale regels onder meer op het terrein van kinderontvoering en interlandelijke adoptie. Het Comité inzake de Rechten van het Kind dringt bij Verdragsstaten regelmatig aan op een doorgaande en systematische training en bijscholing van met name al diegenen die beroepshalve met en/of voor kinderen werken. Dit handboek is in dit verband een belangrijke - en ineternationaal gezien - unieke bijdrage. Dit Handboek International Jeugdrecht is deel van een drietal publicaties over internationaal jeugdrecht die tegelijkertijd zijn verschenen bij Ars Aequi Libri: 'Handboek Internationaal Jeugdrecht', 'Jurisprudentie Internationaal Jeugdrecht' en de wetseditie 'Internationaal Jeugdrecht'.

Rubriek / NUR

Privaatrecht

Aankomende cursussen omtrent Privaatrecht:
Datum Titel
19 jun 2-daagse cursus: Bouwbesluit in de praktijk, algemene regelgeving 0 0 0 0
26 jun Investeren in vastgoed 4 0 4 0

Juridische kalender

Trefwoorden

De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Internationaal recht, Jeugdrecht,

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • EEX-Verordening (Brussel I)
  • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
  • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
  • United Nations Rules for the Protection of Juveniles Deprived of their Liberty (Havana Rules), Havana, 14 December 1990
  • United Nations Standard Minimum Rules for the Administration of Juvenile Justice (Beijing Rules), Beijing, 29 November 1985
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
30-03-2012 BW1467 BESTUURSPROCESRECHT. Schadevergoeding. Redelijke termijn. 6 EVRM. Periode waarin minister naar aanleiding van intrekking besluit wegens gronden beroep nieuw besluit moet nemen, telt mee bij duur procedure in het kader van de redelijke termijn.
27-03-2012 BV6996 Art. 38a Sr; voorwaarden TBS. Het Hof heeft aan de verdachte, naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, de maatregel van TBS opgelegd en daarbij voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden maken deel uit van een reeks van voorwaarden betreffende het gedrag van de verdachte. Een klacht over afzonderlijke voorwaarden dient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van het geheel van de gestelde voorwaarden, die onmiskenbaar strekken tot een doeltreffende behandeling van de terbeschikkinggestelde verdachte en dus tevens tot het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. De in het middel bedoelde voorwaarden zijn - gelet op de duur en de mate waarin zij de terbeschikkinggestelde verdachte in zijn vrijheid beperken - noch in strijd met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit noch in strijd met art. 38a.4 Sr en noch met de in het middel genoemde verdragsbepalingen, in aanmerking genomen dat zij zijn voorzien bij een wettelijk voorschrift dat voldoet aan de eisen van art. 2.3 en 2.4 Vierde Protocol EVRM.
27-03-2012 BU8740 Beklag. 1. Artt. 126 en 126e Sv. De opvatting dat de Rechter-Commissaris, gezien het tijdsverloop, de gegeven machtiging tussentijds had dienen te toetsen alvorens de Officier van Justitie tot het leggen van het beslag mocht overgaan is onjuist. De wet verbindt aan de geldigheid van een op de voet van art. 126.3 Sv gegeven machtiging geen termijn. Het is op grond van art. 126e Sv de Rechtbank die waakt tegen nodeloze vertraging van het SFO en die in zodanig geval de beëindiging van het onderzoek kan bevelen. 2. De klacht die opkomt tegen het oordeel van de Rechtbank dat "zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen" faalt op de gronden als in de CAG vermeld.
27-03-2012 BV8288 Art. 1.4 Awbi en raadplegen advocaat. De opvatting dat uit HR LJN BH3079 moet worden afgeleid dat, indien de bewoner als verdachte is aangehouden, de in art. 1.4 Awbi bedoelde toestemming pas mag worden verzocht nadat die aangehouden bewoner in de gelegenheid is gesteld een advocaat te raadplegen, is onjuist.
26-03-2012 BW0628 Bij mondelinge uitspraak van 26 maart 2012 heeft de voorzitter de minister bij wijze van voorlopige voorziening opgedragen de gevolgen van de overdracht aan België, die vanwege het ontbreken van een tijdige en adequate informatievoorziening aan de gemachtigde van de vreemdeling niet door de voorzitter kon worden getoetst, ongedaan te maken door de vreemdeling binnen 72 uur na het doen van de uitspraak naar Nederland terug te halen. (?) Tijdige en adequate informatievoorziening (?) impliceert in ieder geval dat de minister, indien hem bekend is dat een vreemdeling wordt bijgestaan door een gemachtigde, hij die gemachtigde op voet van artikel 2:1 van de Awb informeert over het voornemen om de uitzetting van de vreemdeling te effectueren, onder vermelding van de datum en het tijdstip ervan, en op zodanig moment dat niet alleen de gemachtigde voldoende gelegenheid heeft om desgewenst een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in te stellen, maar ook de voorzitter voldoende gelegenheid heeft om dat verzoek op zorgvuldige wijze te beoordelen (zie ook de uitspraak van 22 november 2011 in zaak nr. 201112082/2/V2; www.raadvanstate.nl). In de onderhavige zaak is niet in geschil dat de minister de vreemdeling op 20 maart 2012 naar België heeft uitgezet zonder diens gemachtigde van diens voornemen daartoe op de hoogte te stellen, terwijl het hem bekend was dat die gemachtigde namens de vreemdeling naar aanleiding van de inbewaringstelling van de vreemdeling op 14 maart 2012 bij de voorzitter een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ter voorkoming van de uitzetting had ingediend.